Column Els Aeyels – Love Thy Brother

31 ben ik. Hoog tijd dus om uit de kast te komen. Voor wie me een beetje kent, is het al lang geen nieuws meer, voor heel wat anderen allicht wel. Ik ben fan van Dawson’s Creek. I know, het staat niet om op mijn leeftijd verslaafd te zijn aan een tienersoap met een hoog gehalte aan dramaqueens in alle mogelijke betekenissen van het woord. Maar iedereen heeft recht op een onvergeeflijke flaw, en dit is de mijne: ik ken alle dialogen van seizoen 3 en 4 uit het hoofd.

Eén ervan is die waarin Pacey’s zus Gretchen hem vertelt dat hun relatie bepalend is geweest voor haar liefdesleven. Dat ze uit de manier waarop ze door hem is behandeld, heeft geleerd wat ze waard is. Hoe mannen verondersteld worden met haar om te gaan, wat ze voor haar voelen, hoe ze dat uiten en wat ze voor haar moeten over hebben.

Als het inderdaad zo is dat we allemaal op zoek zijn naar iets herkenbaar en vertrouwd, kan dat een heleboel verklaren. Meisjes die door hun broer op handen worden gedragen, worden kieskeurige, verwende nesten. Meisjes die blauwe plekken oplopen omdat ze door hun broer van de schommel worden gegooid, krijgen later een abonnement op de spoedgevallen, wegens het veelvuldig vallen van trappen.

Meisjes die voor hun broer niet meer zijn dan een noodzakelijk kwaad dat je zoveel mogelijk negeert, worden eens volwassen, huissloren van wie de benen drie keer per week automatisch open gaan. En meisjes die een broer hebben die voor hen opkomt, dat zijn de vrouwen die in een sprookjesrelatie eindigen met een man die hen begeert, bemint en respecteert.

Weet je wat zo akelig is aan die theorie? Het besef dat ze wel eens zou kunnen kloppen. Ik denk dat niemand kan ontkennen dat wat er in onze jeugd met ons gebeurt, ons blijvend beïnvloedt, ons vormt of misvormt en in het slechtste geval ons determineert en ons lot onherroepelijk vastlegt.

Het akelige daaraan zou dan vooral zijn dat we er zelf niks kunnen aan veranderen. Dat we zijn wie we zijn door wat mensen van ons gemaakt hebben. En dat elke relatie die we ooit zullen hebben een kopie zal zijn van die daarvoor en die daarvoor en dat die uiteindelijk allemaal te herleiden zijn tot de relatie die we als kind hadden met onze broer.

Nòg akeliger is de gedachte die door MIJN hoofd spookt. Namelijk, dat ik in heel deze theorie zelfs de verklaring zou kunnen vinden waarom ik er niet in slaag een relatie te hébben, zelfs geen slechte. Als ik de broer-theorie op mezelf toepas, kom ik tot een simpel en tegelijk onthutsend antwoord over mijn single zijn. Ik weet niet wat ik in een man moet zoeken, want ik heb geen broer.

Op dit punt van mijn gedachtengang –aka the expressway to insanity- ben ik gered van een jarenlange, geldverslindende therapie door een man die recentelijk mijn leven is ingestapt en één van de weinige exemplaren met verstand blijkt te zijn. Jawel, ze bestaan dus. Hij zei het volgende: “maar je hebt toch vrienden? En die zijn toch ook duidelijk over wat je verdient?”

Inderdaad. Eén van die vrienden verwoordde het onlangs nog als volgt: “Als je meer jezelf kan zijn bij je vrienden dan bij je lief, als je meer affectie krijgt van je vrienden dan van je lief en als het je vrienden zijn die je doen lachen en niet je lief, tja, dan weet je hoe laat het is…”

Een dankwoord dus, aan MIJN vrienden, die me zo graag zien dat ze me zelfs mijn gedweep met Dawson’s Creek vergeven. En me zo en op 1001 andere manieren duidelijk maken dat ook broer-loze wezens niet moeten settlen voor minder dan ze waard zijn.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s