Cape Town seen from Robben Island

South Africa – the ultimate breathtaking road trip

And here they are. Finally! (I totally agree, btw)

If you want to see the larger picture(s), just click on one of them.

Wa Is Dees? Of: Het Leven Zoals Het Is Aan De Kassa.

Als ik na mijn ochtendtaak naar huis rij, leidt de kortste route me langs een bekende warenhuisketen in Burcht. Het overkomt me eens om het half jaar dat iets in mij het een goed idee vindt om daar snel boodschappen te doen. Daarna geef ik mezelf telkens weer minstens een half jaar de tijd om van de ervaring te bekomen.

Ik vermoed dat iemand ooit alle supermarktclichés op een hoop heeft gegooid en daar vervolgens deze supermarkt op heeft gebouwd. Denk even na over welke dingen jou kunnen ergeren tijdens het winkelen en ik vink ze gegarandeerd stuk voor stuk af op mijn winkellijstje.

Stuurt het lot jou ook altijd richting de probleemkassa? Een kassa waar het probleem telkens weer een andere bron weet aan te boren? De ene keer kan het een stuntelige caissière zijn, de andere keer even goed een dronken klant die bij het leeglurken van een – nog niet betaald – blik pils een stripact op de band begint te doen. Het soort klant waarvan je dat nooit zou wensen.

Maar misschien schets ik hier een te eng beeld? Misschien begin je nu spontaan in een bepaalde circussfeerachtige richting te denken en dat wil ik niet. Ik wil de dingen graag correct voorstellen. Dus laat ik nog een voorbeeld geven. Het probleem aan de probleemkassa kan namelijk vele gedaantes aannemen. Zo kan het gebeuren dat een product niet wil gescand worden. Zelfs niet nadat de caissière het 18 keer voorbij ‘het lichteke’ heeft laten passeren. Want vergis je niet. Naast een kutklant bestaat er ook nog zoiets als een kutproduct, een item dat – en ik citeer – “deurt liechteke nie gepàkt wurt”. En het cijfer per cijfer intoetsen van de productcode durft ook al wel eens te haperen op zo’n moment. Het kan ook zijn dat ik mij vergis en dat de caissière helemaal niet probeert om de productcode in te toetsen, maar het nucleair arsenaal alvast activeert omdat iemand haar dat heeft opgedragen via ‘het oortje’. De manier waarop ze het klavier te lijf gaat laat mij vooral dat laatste vermoeden.

Mijn fantasie durft al eens op hol te slaan als ik voel dat de score voor sfeer en gezelligheid plots naar een historisch dieptepunt dreigt te zakken. Zolang het in mijn hoofd maar plezant blijft, denk ik dan. “Nieje, de koowde pàkt ‘m oek ni.” De caissière kijkt me aan met een blik die ergens het midden houdt tussen smekend, geïrriteerd, hopeloos en ‘mijn uren lopen toch’. Zo blijft ze mij twaalf minuten lang aanstaren. Of zo voelt het toch.

Ik vraag me af wat mijn gelaatstuitdrukking op zo’n moment exact uitdrukt. Zou iemand even de camerabeelden willen opvragen? Kijk ik apathisch? Spiegel ik haar gedrag? Doven de lichtjes in mijn ogen? Lijkt iets er op te wijzen dat ik op het punt sta om het probleem op te lossen? Nog eens twaalf minuten later zucht ik eens diep. Zij zucht terug: “Jaah, wa naa?”. En ze breidt haar blik uit naar de mensen die achter mij staan aan te schuifelen (vooral oude mensen, vandaar). En op dat moment gebeurt er iets wonderbaarlijks. Alsof heel Burcht het met ons eens is, zuchten we met z’n allen in de overtuiging dat dit een onoverkomelijk probleem blijkt te zijn. In mijn fantasie gaan we vervolgens allemaal in een kring zitten en moet ik mezelf aan de groep voorstellen: “Hallo iedereen, ik ben Kevin en ik… ik neem altijd de niet-scanbare producten uit de rekken.”

In werkelijkheid doen we dat hele cirkeltafereel niet en zeg ik “Laat het anders maar zo. Dat toiletpapier hoef ik niet meteen te hebben.” Heel even overweeg ik nog een woordspeling rond ‘grote boodschappen doen’, maar ik besef gelukkig net op tijd dat het universum op een scharniermoment zit en dat ik de klojo zou kunnen zijn die de volgende ijstijd in gang zet met een infantiele opmerking. Dat staat ook niet in de geschiedenisboeken: het gebeurde in Burcht.

Vandaag tartte ik het lot opnieuw. Ik had 3 artikelen in mijn mandje. Dat geeft je het recht om naar de ‘mandjeskassa’ te gaan. Maximum 10 artikelen. Het besje voor mij had al 32 artikelen op de band gelegd en ik was helemaal zen. Geen vleugje misantroop te bespeuren. Vraag de camerabeelden gerust op. Die lieve mevrouw had waarschijnlijk gewoon niet gezien dat je maximum 10 artikelen mag afrekenen aan deze kassa. Terwijl ik het menslievend dacht zei zij: “Aai, kemmer pursies ietske mier.” Waarop ze de resterende 23 producten een plaatsje op de band gaf. Ik besefte meteen dat er een kantelmoment aan zat te komen.

In niet al te vergezochte scenario’s kon de caissière nu uit haar krammen schieten en eisen dat alle artikelen weer in de kar zouden geladen worden. Of dat het besje haar 55 producten in 6 beurten zou afrekenen (met rosse muntjes!). Of zou iemand roepen dat het allemaal mijn schuld was en dat ik toch wel eens iets had kunnen zeggen terwijl ik het allemaal zag gebeuren. Twee keer raden welke versie van de werkelijkheid het is geworden.

Geen van deze. De caissière liet begaan. Zelfs op het moment dat bessie haar mandje op mijn grote teen parkeerde: “Zet gaai da ne kier oep z’n plots.” Kortom: het ging vlot. Tot de potchrysant moest afgerekend worden. Ik zag de caissière verschrikt naar haar scherm kijken toen de droeve pot passeerde. Ze liet hem nog eens passeren, haalde er zelfs de handmatige scanner bij, maar nee. Diezelfde onheilsboodschap bleef maar op haar scherm verschijnen. Maar wat zag ze toch? De melding dat een deel van het nucleair arsenaal niet geactiveerd kon worden? De boodschap dat haar plaspauze met 12 minuten zou ingekort worden als ze niet meteen heel erg verschrikt zou opkijken? Of kan ze haar e-mails checken op dat scherm en kreeg ze net het bericht dat de My Little Pony-boerderij op tweedehands.be voor haar neus was weggekaapt? Nee. Ze zag de prijs van de potchrysant: 50 eurocent. “Dees kannie.”

Het besje werd meteen op de rooster gelegd, maar zij bleek – net als ik – niet op de hoogte te zijn van de actuele prijszetting der supermarktpotchrysant. Er rolden wat ogen. Ik zag meer oogwit dan mij doorgaans lief is op het middaguur. Bessie werd nog even aangepord om een andere chrysant uit het rek te gaan vissen, maar ze verdiende mijn eeuwige respect toen ze zei dat het “de lesten” was. Van die halve kilometer geschuifel richting triestige plantenrek waren we dus al verlost. Ondertussen was de pot al zeker 38 keer gescand. Maar telkens: 50 eurocent. “Da kannie. Wilde dakkum einders veur niet meegeef oefwa?”. Het was een retorische vraag waar een ijzige 12 minuten durende blik bij hoorde.

De ijstijd werd na een paar minuten doorbroken door de manager die kwam polsen waarom er aan de ‘mandjeskassa’ zoveel mensen al zo lang stonden aan te schuiven. Het was alsof hij ons water kwam brengen na een dagenlange zoektocht naar een oase. “Dees madammeke ee nen potchrysent en wil dor mor tfuftig eurosint veur betole.” Waarop de manager bevestigde dat de grafbloem maar 50 eurocent kost wegens snelverkoop. Van chrysanten is namelijk algemeen geweten dat ze voor eeuwig een ‘te gebruiken tot 1 november’ meedragen.

Besje blij, ik blij, de rij blij, de caissière iets minder blij, want toen ik aan de beurt was en besje buiten al een zelfgerolde sigaret naar binnen stond te zuigen, spuwde ze: “Tsss, sommige mensen, nie te geloeve. Profiteurs.” Gevolgd door een extra portie oogwit. Ik liet mijn boodschappen op de band staan en wandelde weg. Uiteindelijk had ik dat toiletpapier toch niet meteen nodig. Ook al wenste de caissière mij ongetwijfeld op mijn weg naar buiten ”t schaajt’ toe.

Dover

Weekend Kent = We Kent // The Pictures

Het korte reisverslag: met de auto via de Eurotunnel naar Folkestone en dan (langs de ‘verkeerde’ kant van de weg) Kent ontdekken. Voor herhaling vatbaar! Compleet gecharmeerd door Canterbury ook. En we zijn van plan om het hele eiland met de auto te veroveren! More to come…

Het spijt me, Telenet.

Een woensdagavond in juli. Kwart voor middernacht. Een mail met als titel: bevestiging van uw aankoop. Afzender: Telenet. Mijn spontane gedachte: wat nu weer? Er was in de voorbije weken namelijk geen enkel contact tussen Telenet en mijzelf geweest.

De volgende ochtend heb ik de Telenetkoe maar meteen bij de horens gevat en even gebeld met de klantendienst. Over de vriendelijkheid geen klachten trouwens. Ik ben altijd al vriendelijk te woord gestaan. And trust me… de klantendienst en ik, wij hebben een lange geschiedenis. De laatste tijd opvallend vaak Hollanders aan de lijn trouwens. Maar goed, ik dwaal af.

De Doos van Pandora

Telenet Helpdesk

Shhh! They know their business! … I guess…

Ik probeer dus de kalmte te bewaren en bel. Om te vragen waar die mail precies op slaat. Want de boodschap “Hartelijk dank voor uw aankoop. We wensen u veel plezier met onze diensten. U koos voor digitale tv + telefonie” raakt kant noch wal. Ik heb namelijk al jaren digitale tv en telefonie bij Telenet. En ook internet uiteraard. Al wordt daar in deze aankoopbevestiging nergens over gerept. Ik ben nochtans al zo lang internetklant bij Telenet dat ik zelfs Pandora nog persoonlijk de hand heb geschud (als je niet begrijpt waar deze opmerking over gaat, bel dan even naar de klantendienst of surf naar www.pandora.be en zoek de link). Pandora dus. Als in de doos waarvan je nooit echt weet wat er uit tevoorschijn gaat komen. Een verwarrende e-mail of een vriendelijke telefonist(e), die de klepel ook nog aan het zoeken is? Doorgaans dat laatste, want aan de andere kant van de lijn was de verbazing zo te horen nog groter dan de mijne. “Uitermate vreemd! Nou, nou.” (Hollandse tongval, ja). “En U heeft dat mailtje in Uw postvak ontvangen, meneer? Gisteravond?”. Ja, ik ben het soort mens dat mailtjes in zijn postvak ontvangt. Al moet ik wel bekennen dat ik in een zwartgallige bui al wel eens heb gewenst dat sommige mensen hun mailtjes ergens anders zouden ontvangen. Voor alle duidelijkheid: ik zeg zo’n dingen nooit luidop. De vriendelijke mens kan het ook niet helpen. Of in dit geval verhelpen.

En dan hoor ik hét zinnetje: “Maakt u zich vooral geen zorgen, meneer.” Het soort zinnetje dat mijn zorgen pas echt weet aan te wakkeren en me tegelijk het gevoel geeft dat ik de hypochonder van de telecomaandoeningen ben.

Let's call Telenet

‘Ik laat u even wat muziek horen, meneer.”

“Ik raad U aan om uw volgende factuur goed in de gaten te houden en mocht er iets niet kloppen, neem dan gerust opnieuw contact op, want op dit moment is er eigenlijk niets aan de hand. Het gaat waarschijnlijk om een foutje in ons systeem.” Waarschijnlijk.

Vrij vertaald: “Ik heb ook geen enkel idee wat er aan de hand is. OK, meneer De Geest, U (met hoofdletter, zó vriendelijk klinkt het in mijn hoofd) merkt terecht op dat U in de bijlage van de e-mail ziet dat we U voortaan maandelijks 20,50 euro abonnementsgeld gaan aanrekenen voor onze Freephone Europe-formule, waar U tot nu toe maandelijks 0,00 euro voor betaalde. En ja, U heeft gelijk als U zegt dat we U die telefoonlijn twee jaar geleden gratis – dus zonder abonnementsgeld – hebben aangeboden toen U ons belde om Uw verhuis te regelen. Die kreeg U namelijk cadeau van ons als U een upgrade naar Fibernet 40 nam. En inderdaad, we hebben U toen gezegd dat als U de upgrade met gratis telefoonlijn niet nam, we de volledige verhuisinstallatiekost zouden moeten aanrekenen. Ja, wij stelden vast dat U toen een beetje in de war was. Want U kon niet goed volgen. Hahaha. Op personeelsfeestjes lachen we nog vaak om Uw opmerking: “Dus u (ik spreek zonder hoofdletter) zegt dat als ik er een gratis telefoonlijn bij neem ik niets moet betalen? Terwijl u dan een installateur moet langssturen om die telefoonlijn te installeren. En dat als ik de compleet gratis telefoondienst weiger en uw installateur dus geen tijd in de installatie van een telefoonlijn moet stoppen, jullie mij een soort van sanctie gaan opleggen en wel kosten gaan aanrekenen?”. Hahaha. U was zo grappig, meneer De Geest. Niet dat we u uitlachen, meneer De Geest. U moet het eerder zien als een ‘wat is het toch een mallerd, die immer gevatte meneer De Geest.’ Uw verhaal is altijd een goeie opwarmer zo vlak voor we hier aan de polonaise beginnen en het wachtbandje opzetten.”

Technically spoken…

I can't hear you!

Nieuw bij Telenet: dovemansoren!

Ik dring voor alle zekerheid nog even aan: “U zegt mij dat het dus om een vergissing gaat? En dat ik mij geen zorgen hoef te maken? En dat mijn volgende factuur niet gaat afwijken van de laatste?”. De telefoonlijn knettert even. De verlichting lijkt heel even last te hebben van een energiedipje. Een wolf huilt in de verte. En dan: “Nu, ja, het probleem is dat ik niet in de toekomst kan kijken, meneer De Geest. In het Engels zouden ze zeggen ‘technically spoken nothing happened yet’. Het kan goed zijn dat het allemaal overwaait zonder enig probleem. Maar mocht u (plots zonder hoofdletter!) toch een vreemde afwijking vaststellen bij de volgende aanrekening, neemt u dan gerust contact met ons op. Heeft u nog verdere vragen? Kan ik u nog ergens mee van dienst zijn?”. Ik wil antwoorden: “Ik heb meer vragen dan voor dit gesprek.” Maar ik laat het er bij. Omdat de vriendelijke mens het ook niet kan helpen. En vooral uit angst dat ik in een vicieuze dovemansorencirkel terecht ga komen. Ik heb daar al wilde verhalen over gehoord. Zullen wel urban legends zijn. Maar toch. Technically spoken, better safe than sorry.

Ik wacht dus af en ontvang een maand later een factuur waarop de te betalen som 4 keer hoger ligt dan de voorbije jaren het geval was. Zonder dat er ook maar iets aan mijn producten of diensten veranderd is. Ik heb ondertussen – alweer – een lang gesprek met een vriendelijke klantendienstverlener achter de rug. Ik heb zelfs geprobeerd om mijn verhaal in 140 tekens samen te vatten via DM’s (direct messages) met Telenet op Twitter. Maar het lijkt er op dat ik een kritische vraag te veel heb gesteld. Plots wordt het veelzeggend stil aan de andere kant van de lijn. Ze hebben het ongetwijfeld gehad met mij.

Ik weet het. Er gaat een punt komen waarop ik mijn excuses ga moeten aanbieden. Ooit ga ik toch tot het besef moeten komen dat ik gewoon een vervelende klant ben. Laat ik dus niet langer dwars liggen en er maar meteen aan beginnen.

Veel spijt.

Sorry!

Sorry Seems To Be The Hardest Word (coming from you)!

Het spijt me, Telenet.

Het spijt me dat ik jullie de voorbije jaren zo vaak heb lastiggevallen. Zoals de 3 keer dat mijn digicorder het liet afweten. “Waarschijnlijk de geest gegeven.” Ja, ik geef toe, de woordspeling van uw medewerker was die eerste keer een schot in de roos. Maar u moet het mij echt vergeven, want toen mijn digicorder de eerste keer stuk ging, had ik hem net op jullie aanraden aangekocht. En toen bleek dat hij onherroepelijk ‘de geest’ had gegeven, maakte u mij ook meteen duidelijk dat mijn investering waardeloos was geworden. Vanaf dat moment kon ik namelijk enkel nog een digicorder huren. Voor 8 euro per maand. Daar ging mijn investering van 180 euro dus. Deze vervelende klant dacht met wat snel rekenwerk weer eens zijn voordeel te doen. Maar toegegeven, jullie hadden uiteindelijk gelijk. Met de huurformule kan ik hem wel altijd ‘kosteloos’ inruilen voor een nieuw exemplaar als er iets fout mee gaat. Van die formule heb ik ondertussen al 2 keer gebruik kunnen maken. Ik besef terwijl ik het schrijf, dat ik jullie daar nog nooit voor bedankt heb. Ook dat spijt mij.

Say Sorry To Telenet! Now!

Het zijn tenslotte ook maar mensen!

Het spijt mij dat ik de vraag “kan ik mijn oude opnames overzetten op de nieuwe digicorder?” ooit heb gesteld. Want uiteraard kan dat niet. Het is niet alsof een digicorder met een geheugenkaart werkt en dat de in dat geheugen opgeslagen bestanden zomaar van de ene naar de andere schijf gekopieerd kunnen worden. Een digicorder is tenslotte geen… uhm… computer met internetverbinding, laat staan een geheugenschijf met internetverbinding. Het spijt mij dat ik dat niet wist. Het spijt mij dat ik nodeloos frustratie bij u heb opgewekt toen bleek dat ik de zoveelste klant was die deze overbodige vraag zonodig moest stellen.

Maakt u zich geen zorgen, meneer.

Het spijt mij dat ik twee jaar geleden enigszins in de war was toen een dag voor mijn verhuis bleek dat de gemaakte installatie-afspraak uit uw computersysteem verdwenen was. Ik had ook niet zo wantrouwig moeten zijn en u een dag voor mijn verhuis niet moeten opbellen om te checken of de afspraak nog wel doorging. Ik zocht het op die manier tenslotte zelf. “Paranoia!”. Dat was de diagnose van de telecomhypochonder in mij toen u mij aan de telefoon meldde dat u niets van een verhuis wist, dat ik zelfs nog nooit gebeld had, laat staan een maand geleden een afspraak met u had gemaakt. Mijn paranoia en verbazing werden nog groter toen ik dezelfde dag van een nobele onbekende een alarmerende mail kreeg. De man bleek in hetzelfde gebouw als ik te werken (in ons gebouw zijn verschillende bedrijven gevestigd). We hadden elkaar nog nooit ontmoet. Het enige wat we – naast ons geslacht en werkplaats ‘Antwerpen’ – gemeenschappelijk hadden was een klantband met Telenet. De man was zo vriendelijk mij te melden dat hij zowel per post als via mail de bevestiging van mijn Telenetverhuisaanvraag had ontvangen. Ik stuurde meteen een boze mail naar de man: “Telenet zegt dat ik nooit een verhuisaanvraag heb ingediend. U liegt dus!” Maar hij wou van geen ophouden weten: “Vindt u het dan niet verontrustend dat vertrouwelijke gegevens zoals uw oud & nieuw adres, uw gsm-nummer, uw domicilieringsopdracht en de gekozen abonnementsformule in mijn post zijn beland?”. Ik antwoordde kordaat: “Ja. Maar technically spoken nothing happened yet.” Deze keer belde u mij zelf op. Ik kreeg een nerveuze boekhouder aan de lijn, die duidelijk erg verveeld zat met de kwestie. Het onzorgvuldig omspringen met klantgegevens is nu eenmaal geen lachertje. Ik stelde de man op zijn gemak. “Maakt u zich geen zorgen, meneer.” Ondanks het feit dat er technically spoken…

Een maand later hingen we weer met elkaar aan de telefoon. Weet u nog, Telenet? Toen u een maand na mijn verhuis 149,50 euro verhuiskosten van mijn rekening haalde. Ondanks het feit dat ik op uw upgrade-voorstel was ingegaan. U was zo eerlijk uw fout in een vriendelijk telefoontje toe te geven. Nadat ik u zelf had opgebeld uiteraard. Maar van een onmiddellijke terugbetaling van de foutief aangerekende 149,50 euro kon geen sprake zijn. U zou het bedrag in uw goede huisvaderhanden bewaren. Onze telefoonrelatie was ondertussen ook al zo innig, dat u vanop afstand kon inschatten dat ik met zoveel geld op mijn bankrekening ongetwijfeld binnen de kortste keren in een ongeleid projectiel zou veranderen. “We zullen de volgende facturen telkens van dat bedrag in mindering brengen. We zouden u kunnen uitleggen waarom, maar we begrijpen het zelf niet helemaal. Dit is echt de enige oplossing die we u op dit moment kunnen aanbieden.” 9 maanden heeft het geduurd voor ik mijn eigen geld – dat al die tijd op uw rekening stond – had opgebruikt. Terwijl ik het hier neerschrijf begint het mij te dagen dat ik niet enkel een vervelende klant, maar bovenal een stomme kloot ben.

Whoppa, we hebben u bij uw kloten!

Ja, als ik er zo op terugkijk… Wij hebben al één en ander meegemaakt, wij twee. En ja, ik verzwijg hier de kleinere incidentjes. Je weet wel, die waarbij vragen als ‘Heeft u de stekker al eens uit het toestel gehaald?’, ‘Is het toestel op de netstroom aangesloten?’ of ‘Bent u zeker dat u klant bent bij ons?’ geen soelaas konden brengen.

Hoe zou het andere klanten vergaan? Ik heb daar al vaak aan gedacht. Zonder betuttelend, neerbuigend of goede huisvaderachtig te willen klinken: wat met mensen die nóg minder mondig zijn? Hoeveel klanten betalen onterecht aangerekende bedragen uiteindelijk toch omdat ze door de bomen het bos niet meer zien? Of omdat ze alle auteursrecht-combipack-KingKong-Homespot-Shake-Comfort-Fibernet-Hotspot-Whoppa-blablabla op hun factuur (die u trouwens steevast in het holst van de nacht mailt) simpelweg niet begrijpen? Bij hoeveel mensen zakt de moed in de schoenen als ze er nog maar aan denken dat ze naar uw callcenter gaan moeten bellen? Hoeveel mensen hebben uit frustratie al een stuk uit een meubel willen bijten omdat ze u enkel via dat ene nummer kunnen bereiken en telkens opnieuw de hele uitleg van voor af aan moeten beginnen omdat er elke keer weer een andere telefonist aan de lijn hangt die hier net als de klant allemaal niet om heeft gevraagd? Hoeveel mensen zijn bereid om kostbare tijd in dit soort klacht te steken? Of hebben gewoonweg de tijd om dat te doen? Hoeveel klanten denken: “Ach, laat maar.”? Want uiteindelijk lonkt de onmacht en is alles er ook op gericht om communicatie te ontmoedigen.

“Al onze lijnen zijn gesloten. Praat aub even tegen de muur.”

Het is ook in dat opzicht dat ik het jammer vind dat ik dit niet gewoon rechtstreeks naar u kon mailen, Telenet. Ik heb de voorbije uren nochtans herhaaldelijk gevraagd om het e-mailadres van een fysiek persoon te krijgen. Uw officiële antwoord op Twitter:

Telenet mailen? Nope!

Bijna had u mij ook ontmoedigd. Bijna. Ik heb beslist om u toch te mailen via de website. Mijn website weliswaar.

Ik heb zoveel spijt, Telenet. Vooral over het feit dat ik ondanks alles nog altijd klant ben bij jullie. Stockholm-syndroom heet dat. Of stomme klootschap. Waarschijnlijk beide.

Chez Marianne

Restaurant Chez Marianne Paris

Als je hier een beetje rondkijkt zal je gauw merken dat het thema ‘food’ vaak terugkeert.

Echte ‘food lovers’ zijn hier dan ook aan het juiste adres.

Alle lekkernijen zijn gebundeld in deze categorie.