Column – Els Aeyels

Tromgeroffel…
Vanaf vandaag kan je hier elke week de schrijfsels van Els Aeyels lezen. Els is journaliste bij de VRT radionieuwsdienst en is onder andere ook nieuwslezeres bij Donna. De hoofdpunten die ze niet meteen in een nieuwsbulletin kwijt kan – maar die daarom niet minder belangrijk zijn – krijg je voortaan hier in proza(c)vorm. Ooit komt er nog een boek van. Maar laten we misschien beginnen bij het begin: de allereerste column. Die vind je hieronder.

Media_httpphotos1blog_bamox

V8, daar is het mee begonnen, goed 25 jaar geleden. Eigenlijk bijna 30, maar laten we het daar vooral niet over hebben. V8 dus. Ik weet niet hoe die groentensapjes er nu uitzien want ik doe al decennia moeite om ze op alle mogelijke manieren te verdringen: uit mijn gezichtsveld, mijn maag en mijn leven. Maar eind jaren 70 zat het verfoeide tomatensap in witte, cilindervormige blikjes. Ik krijg er soms nog nachtmerries van.

Hectoliters heb ik er van gedronken, een jaar lang, soms tot 10 keer per dag kwamen mama en papa met het gehate blikje voor me staan en hoe luid het protest ook was, hoe hard ik huilde, stampte of sloeg, drinken zou ik. Ik was toen een doodzieke kleuter, geveld door een salmonellavergiftiging die me helemaal uitdroogde en het binnenhouden van vast voedsel onmogelijk maakte. V8 heeft mijn leven gered. En me een allergie aan tomaten bezorgd. Letterlijk én figuurlijk.

Soms denk ik dat mijn koppige geest mijn lichaam heeft verplicht om vergiftigingsverschijnselen te vertonen zo gauw ik aan tomaten denk. In elk geval, mijn maag gaat al hevig tegenwerken als ze nog maar in de buurt van mijn slokdarm komen. De buitenkant lukt nog net, maar dat slijmerige, vieze binnenste met die gemeenkijkende pitten is er teveel aan. Als ik ze toch doorslik, ga ik er binnen de kortste keren uitzien als een tomaat dus het is echt niet alleen maar psychologisch.

Let op, ik ben niet het type dat op restaurant gaat zitten zeuren om een slaatje zonder tomaten. Als ze erin zitten, schuif ik ze gewoon aan de kant met mijn vork- dat ik daarna schoonveeg uiteraard- of ik gooi ze meteen op het bord van degene die naast me zit. Ik gebruik tomaten zelfs als een soort mechanisme om mensen op te delen. Wie na de tweede ontmoeting niet spontaan de tomaten van mijn bord prikt, daar zal ik nooit mee opschieten. Mensen die me tomaten opdringen, schrap ik voorgoed van mijn lijstje.

Gisteren nog heb ik een prijs verdiend voor mijn kalmte en zelfbeheersing toen een Joe Cocker look-a-like met clochardambities in de vrt-mess op mijn schouder tikte en voor mijn ogen met zijn gitzwarte handen een schel tomaat uit de mayonaise op zijn broodje viste, voor mijn neus liet bengelen en in mijn gezicht walmde “extra tomaat”? Ik heb niet eens gegild, ik heb gewoon beleefd geweigerd. Verlamd van angst en walging.

Toen ik als student in de Quick werkte, droegen we gelukkig handschoenen en moest ik nooit rechtstreeks met de suckers in aanraking komen. Ik hoop dat dat ook zo is in de fabrieken van Dr Oetker. Het is nl mijn ultieme levensdroom om aan de lopende band tomaten op de pizza’s te leggen. Alleen zal ik daar nooit worden aangenomen als ik mijn afkeer niet onder controle krijg.

En het lijkt me nochtans zo zalig om een baan te hebben waar je je niet constant druk hoeft te maken over het gebrek aan carrièremogelijkheden en waar je niet het leed van de hele wereld op je schouders voelt drukken. Een baan waarvan je op het eind van de dag precies weet wat je hebt gedaan. Zoveel pizza’s belegd, zoveel mensen gelukkig gemaakt. En als ik dan thuis kom, kijk ik samen met mijn man naar Familie en Blind Date en ben ik ook helemaal voldaan. Maar eerst kook ik voor hem. Tomatensoep. Met balletjes.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s